OVER DE NOLLEN

 

 

R.W. van de Wint

Kunstenaarschap is voor Van de Wint (1942 – 2006) synoniem aan leven. Liever is hij tuinman dan kunstenaar. En naast tuinman ook tekenaar, schilder, beeldhouwer en bouwer, maar eigenlijk is tuinman genoeg. Het creëren van een vorm en daarmee van een wereld die een gedachte in zich draagt is voldoende. In het oude binnenduin De Nollen brengt hij de verschillende disciplines als een vanzelfsprekende eenheid samen. Het landschap gaat over in sculptuur, sculptuur in schildering, schildering in zonlicht en zonlicht keert weer terug naar het landschap.

Zelf bouwsels creëren als drager voor een schildering, dat bracht Van de Wint ertoe zich in 1980 terug te trekken. Maar de vraag waar kunst nog een plaats kan vinden lag eveneens aan de basis van zijn zelf gekozen ballingschap. Het beeld van de moderne kunstenaar die midden in het maatschappelijke leven staat, de avant-gardes scherp volgt en voortdurend op zoek is naar vernieuwing had hem altijd al vervreemd van de werkelijkheid. Door zich terug te trekken op een verwaarloosd stukje binnenduin werd het kunstenaarschap een vorm van leven. Het ging niet om vernieuwing maar om een verdieping, om het zetten van een klein stapje binnen de traditie. Van de Wint creëert ‘oude’ beelden van licht, kleur en ruimte of bouwt de condities om die oude beelden te tonen.Op een moment dat de aanspraak op vernieuwing in de kunst is verdwenen, toont hij beelden die nu, maar ook over vijftig jaar een betekenis in zich dragen.

Een wandeling door De Nollen leidt langs grote stalen sculpturen, langs bouwsels waar je van licht naar donker, via een ondergrondse toegang, weer in een lichte ruimte komt. Het bouwsel Vergilius betreed je via een nauwe doorgang en een trap. De schilderingen in de twee gespiegelde ruimten omringen je totaal. Wanneer je het kunstwerk en de kunstmatige kleur verlaat, ervaar je, juist op een moment dat je het niet verwacht, de realiteit om je heen sterker: de kleursluiers in het gras, de lucht, de wind, de stilte. Er is voortdurend een wisselwerking tussen de kunst en de werkelijkheid. De ervaring van het ene versterkt de ervaring van het andere. De Nollen gaat om die totale ervaring. En deze vormt vervolgens weer de beitel tot de ware sculptuur. Die ontstaat pas, zo zegt Van de Wint, naderhand in je hoofd.

In deze eenvoud zit tegelijkertijd een complexiteit. Er is altijd wel een andere toon op hetzelfde moment, een contrapunt. Zo bracht het zelf gekozen ballingschap juist een grote artistieke vrijheid, de klein verborgen wereld ‘De Nollen’ leidde tot tientallen grote beelden buiten De Nollen. Het verlaten van de museumzaal in 1980 bracht hem er jaren later toe speciaal voor museumzalen sculpturen te maken, in het Kroller-Muller Museum. En voor iemand die altijd waarde is blijven hechten aan de autonomie van het kunstproject, lijkt het paradoxaal dat vanuit de autonomie vele toegepaste vormen van kunst ontstaan.

In een wereld die steeds sneller verandert, wil Van de Wint een wereld oproepen van elementaire beelden die al eeuwenlang dezelfde zijn. Het is geen kwestie van sentiment, maar het gaat om de vraag welke waarden hun betekenis behouden. Die ‘wereld van beelden’ komt op een voorzichtige manier tot stand, aarzelend, niet fijnzinnig of op mystieke wijze, wel rauw, expressief of aards. Maar zo belangrijk als Van de Wint het vindt om een schilderij te maken, zo belangrijk vindt hij het om gewoon naar de zon of de maan te kijken, de bomen te snoeien of het weidegras te maaien. Ook hierin tast hij betekenissen af. Het louter tentoonstellen van kunstwerken zou voor hem te eenzijdig zijn. Het is niet moralistisch bedoeld, dat zou niet bij Van de Wint passen, het is het standpunt van de twijfel. Van de Wint is op 30 mei 2006 overleden op De Nollen.

Visie van de kunstenaar

De Nollen is in zijn totaliteit een kunstwerk. De stalen bouwsels, de bunkers, de schilderingen, het landschap, de paarden en pony’s, ze vormen samen een geheel. Maar dit geheel is geen statisch object. Het is een kunstwerk in wording zoals een schilderij in een atelier.

Het creëren van dit kunstwerk viel samen met het leven van de maker. R.W. van de Wint woonde en leefde op De Nollen, kende elke plek, ieder heuveltje, en werkte er dagelijks aan het landschap en de kunstwerken. De Nollen was voor hem een vorm van leven. Het maaien van de paden, het snoeien van de bomen of het repareren van het hek zijn even belangrijk als het maken van een sculptuur of een schilderij, omdat het allemaal onderdeel is van het Nollenproject en daarmee van het kunstenaarschap van Van de Wint. Hij gaf ermee aan dat voor hem het kunstenaarschap niet ophoudt na de realisering van een sculptuur of een schilderij, maar dat het een manier van leven en denken is. Hij laat daarmee zien wat voor hem waarde of betekenis had.

Toch moet het samenvallen van leven en kunstwerk niet worden verward met een sociaal of maatschappelijk engagement. Het kunstwerk De Nollen is een autonome creatie die tot de verbeelding spreekt. Voor de beschouwer gaat het om de poëtische ervaring en niet om de ervaring van het leven zelf. Ook in een museum gaat het om de poëtische ervaring, om de verbeelding. Maar een museum is een instituut dat een verzameling kunstwerken beschermt en tentoonstelt. Voor een bevlogen museumdirecteur kan het een vorm van leven betekenen, maar kunst en leven vallen er nooit samen. Het museum is voor de kunst en de kunstenaar een anoniem en functioneel/maatschappelijk kader dat de niet-functionele kunst beschermt en toont. Bij een museum bevindt ‘het leven’ zich buiten de deur. Voor De Nollen ligt dat anders. Van de Wint zou nooit een functie kunnen vervullen in maatschappelijke zin, zoals de functie van museumdirecteur. Hij is nooit met pensioen gegaan, zijn kunstenaarschap was zijn levenslange lot.

De Nollen is een kunstenaarsinitiatief dat concreet vorm kreeg in 1980, toen Van de Wint begon met een ‘experimenteel schilderkunstig project’ in het oude, verwaarloosde binnenduinterrein. Waarom besloot hij zich terug te trekken uit de kunstwereld, terwijl hij regelmatig werk tentoonstelde in binnen- en buitenland? Sinds 1972 bestonden zijn tekeningen en maquettes voor ruimtes speciaal gebouwd voor een schilderij. Van de Wint heeft aanvankelijk geprobeerd om in samenwerking met de museumwereld een ruimte te creëren die speciaal voor het schilderij bedoeld is. De eerste gelegenheid die zich voordeed was Documenta 6 te Kassel in 1977. Voor zijn deelname heeft hij een van zijn schilderkunstige ideeën op een schaal van 1:1 willen uitvoeren. Maar zijn uitgangspunten voor het creëren van een plek gebonden relatie tussen ruimte en schilderij worden niet geaccepteerd. Het is onmogelijk dit idee in te passen in het tentoonstellingsconcept. Dit heeft Van de Wint ervan doordrongen dat het onmogelijk is deze bouwsels in een samenwerkingsverband met officiële instanties te realiseren. Het is hem duidelijk dat de kunstenaar niet met de hulp van autoriteiten of instituties experimenten kan presenteren. Hij concludeert dat het maken van een sculptuur als drager voor een schildering alleen vanuit een zelf te creëren context mogelijk is, en dat de projecten daarbij vanuit een onaangepast en anarchistisch standpunt benaderd moeten worden. Het mislukken van het Documenta-project heeft het ontstaan van het Nollenproject grotendeels veroorzaakt en versneld. Ook enkele pogingen daarna om een schilderkunstig project via museum- en galeriewereld te realiseren mislukte. De ideeën hiervoor waren niet inpasbaar in het beleid van officiële instanties. Uiteindelijk speelt daarbij de machtspositie van dergelijke instanties ook een rol. De kunstenaar is daaraan ondergeschikt.

Het kunstenaarsinitiatief is over het algemeen een kunstvorm waarmee institutionele kritiek wordt gegeven op de officiële instanties, waardoor het niet wordt erkend. Het is een kunstvorm die een andere houding vraagt in de beleving van het kunstwerk door de beschouwer. Kunstenaarsinitiatief en institutie staan vaak haaks op elkaar. Het een komt voort uit een artistieke behoefte, is experimenteel en bestaat zonder vooropgezet plan. Het ander is rationeel georganiseerd, heeft een maatschappelijke functie en gaat planmatig te werk. Kunstenaarsinitiatieven die willen institutionaliseren raken vaak hun authentieke karakter van ongeorganiseerde vrijplaats voor de kunst kwijt.

Als kunstenaarsinitiatief is De Nollen het beste te vergelijken met Little Sparta, de tuin van de, eveneens in 2006 overleden kunstenaar Ian Hamilton Finlay. Zo’n 30 jaar geleden kocht Finlay een stuk land met een huisje in Schotland. Hij is daar gaan wonen en heeft het land omgevormd tot een kunstwerk waarin poëzie, sculptuur en landschap met elkaar verweven zijn. Ook voor Hamilton Finlay werd zijn kunstwerk een vorm van leven. Hij leefde zijn werk, evenals Van de Wint. Anders is dat bij beeldenparken, zoals Middelheim in Antwerpen, de tuin van het Kröller-Müller Museum of het kunstproject Insel Hombroich bij Neuss. In artistiek en inhoudelijk opzicht is een bestuur of verzamelaar bij deze instellingen verantwoordelijk. Op De Nollen is het Van de Wint zelf geweest die de artistieke en inhoudelijke kant heeft bepaald van het project. Nu zijn dat zijn erfgenamen. De manier waarop een bezoeker het project kan bezichtigen hangt samen met de identiteit ervan.

Misschien zou je kunnen zeggen dat de kunst van Van de Wint in ballingschap is gestuurd, zoals Evert van Straaten, directeur van het Kröller-Müller Museum, het eens zei. Om de experimenten met de bouwsels te realiseren heeft Van de Wint met De Nollen zijn eigen vrijplaats gecreëerd, waarbij niet alleen zijn kunst maar ook hijzelf het ‘lot van het ballingschap’ heeft gedragen. Immers zijn kunst en leven waren nauwelijks van elkaar te scheiden.

Dat zijn de karakteristieken van De Nollen en het gaat er nu om hoe je die kunt behouden en beschermen zonder dat je de authenticiteit aantast. Omdat Van de Wint vijfentwintig jaar lang aan De Nollen heeft kunnen werken is de identiteit ervan zo sterk. Van de Wint wilde niet dat De Nollen ‘een instelling’ werd waarvan de artistieke en inhoudelijke kant zouden worden aangetast.

‘Mijn woorden zijn mijn beelden

mijn beelden zijn mijn schilderijen

mijn schilderijen zijn mijn bouwwerken.’

 

Dit drieregelige gedichtje van R.W. van de Wint maakt in het kort duidelijk hoe nauw zijn schilderijen, beelden en bouwsels bij elkaar horen. Soms overlappen ze elkaar, soms lopen ze in elkaar over. Het onderscheid zit hooguit in de typische kenmerken van schilderkunst en sculptuur.

Beelden en bouwsels op De Nollen zijn verweven met het landschap. Plek en beeld geven tezamen betekenis aan het geheel. Een plek wordt pas een plek volgens Van de Wint wanneer je daar een aantal jaren werkt, en je manier van leven betekenis geeft aan zo’n plek. Alle projecten die buiten deze plek ontstaan, verwijzen voor hem terug naar het laboratorium ‘De Nollen’. Vanuit deze benadering is er bij kunst in de publieke ruimte sprake van een verlies van plaats: de relatie tussen plek en beeld is niet vanzelfsprekend. Op die momenten is de autonomie van de kunstwerken van wezenlijk belang. Juist omdat een kunstwerk in de publieke ruimte vaak ‘plaatsloos’ is, heeft hij nooit onderscheid gemaakt tussen De Nollen of een plek daarbuiten. De kunstwerken hebben eenzelfde poëzie of allure, maar de context is steeds verschillend.

Zo’n andere context is bijvoorbeeld aan te treffen in de plenaire zaal van de TweedeKamer waarvoor Van de Wint de schilderingen heeft gemaakt; en bijvoorbeeld bij de plafondschilderingen in het stadhuis van Groningen en Paleis Noordeinde, het werkpaleis van Koningin Beatrix. Daarnaast staan er verspreid door Nederland ongeveer dertig monumentale sculpturen zoals De Tong bij Lelystad en vijf sculpturen in Vijfhuizen (Haarlemmermeer), Knowing by Heart op de Rijkswerf en Wave bij het KIM in Den Helder. In 2006 verwierf Van de Wint een grote opdracht voor vier sculpturen in Hoogeveen. Deze sculpturen zullen door R.W. van de Wint BV worden vervaardigd, evenals een opdracht voor stalen bruggen en lantaarnpalen voor Duinpark Den Helder.

Onder de titel R.W. van de Wint. Clair-obscur. Zeven beelden toonde Van de Wint in 2002 zeven monumentale sculpturen in het Kröller-Müller Museum in Otterlo. Twee beelden zijn aangekocht en hebben een permanente plek gekregen in de tuin van het museum. Drie beelden zijn op De Nollen herplaatst. Beeld 6, een enorme harmonicavorm van 14 meter lang en 10 meter breed, zal later worden toegevoegd.  Het expressionistisch en organisch karakter van de roodbruine cortèn-stalen beelden is nu verweven met het glooiende landschap van De Nollen, terwijl ze eerst een sterk contrast vormden met de lichtgrijze zalen van de Quist-vleugel van het Kröller-Müller Museum. Je ziet de kromming en ellipsvorm nu terug in het duinlandschap, evenals de kleur van het roodbruine staal. De beelden waren op de museumzalen afgestemd, maar Van de Wint vindt dat beelden zo specifiek moeten zijn dat ze niet door de plek worden bepaald, maar zelf de plek maken.

Bibliografie

Reindert Wepko van de Wint Den Helder, (1942-2006)

1961-1966 opleiding Rijksacademie voor beeldende Kunsten, Amsterdam

sinds 1980 Totaalkunstwerk De Nollen aan de zuidrand van Den Helder

eenmanstentoonstellingen, een keuze

-galerie T, Haarlem, Van de Wint, 4 juni – 4 juni 1971 (cat.)

-hedendaagse Kunst, Utrecht, De schilders / Jochum, 7 december 1974 – 12 januari 1975 (cat.)

-Collection d’Art, Amsterdam, De schilders / Rudi, 7 december 1974 – 12 januari 1975 (cat.)

-Rheinisches Landesmuseum, Bonn, Die Maler: Jochem und Rudi, 8 april – 9 mei 1976 (cat.)

-Kestner-Gesellschaft, Hannover, Die Maler: Jochem und Rudi, 2 juli – 8 augustus 1976 (cat.)

-Galleria La Bertesca, Düsseldorf, Die Maler: Jochem und Rudi, 21 januari – 17 februari 1977

-Galerie Swart, Amsterdam, Rudi van de Wint, 19 april – 7 mei 1977

Galeire Swart, Amsterdam, R. van de Wint / schilderijen, 3 – 23 december 1978

-Kunsthalle, Bazel, Van de Wint, schilderijen, maquettes, schetsen, blauwdrukken, 30 september – 4 november 1979 (cat.)

-Groninger Museum, Groningen, Van de Wint, schilderijen, maquettes, schetsen, blauwdrukken, 17 november – 16 december 1979 (cat.)

-vanaf 1980: project De Nollen, permanent, zuidrand Den Helder

-Kröller-Müller Museum, Otterlo, R.W. van de Wint. Clair-obscur. Zeven beelden, 29 juni – 11 november 2002 (cat.)

-Internationaal Perscentrum Nieuwspoort/ Tweede Kamer-gebouw, Den Haag, R.W. van de Wint. De oneindige ruimte. Schildering plenaire zaal Tweede Kamer, 5 september – 6 december 2007 (cat.)

groepstentoonstellingen, een keuze

-Stedelijk Museum, Amsterdam, Atelier 8, 16 januari – 14 februari 1971 (cat.)

-The Serpentine Gallery, Londen, Five Dutch Artists, 24 augustus – 15 september 1974

-Galleria La bertesca, Düsseldorf, Analytische Malerei, 1975 (cat.)

-Kassel, Documenta 6, 24 juni – 2 oktober 1977 (cat.)

-Musée d’Art Moderne de la Ville, Parijs, 9e Biennale de Paris, 19 september – 2 november 1975 (cat.)

-Venetië, Biennale di Venezia: Sei Stationi per Artenatura; La Natura dell’Arte, 2 juli – 15 oktober 1978 (cat.)

-Landespavillion, Stuttgart, Aktuelle Kunst aus den Niederlanden, 5 – 30 oktober 1980 (cat.)

-Gymnasium Felisenum, Velsen, Stof en Geest, 23 maart – 20 mei 1991 (cat.)

-Arnhem, Sonsbeek 93, 4 juni – 26 september 1993 (cat.)

-Den Helder. Rijkswerf, Kaap Helder, 5 juni – 3 augustus 2003 (cat.)

Nieuwbouw museum

Een kleine strook ten zuiden van De Nollen wordt bij de oorspronkelijke nollen getrokken. Hierdoor kunnen een tentoonstellings- en bezoekersruimte worden gerealiseerd. Dit al jaren eerder ontwikkelde plan werd in 2003 lovend ontvangen door de Welstandscommissie van Den Helder, vanwege ‘de zeer hoge kwaliteit van de gebouwen als kunstwerk’. Het gaat om twee grote stalen tentoonstellingsruimten en een ontvangstruimte voor bezoekers, die zijn afgeleid van een kunstwerk dat tijdens een tentoonstelling van Van de Wint (2002) in het Kröller-Müller Museum voor de entree van het museum stond. Het cortèn-staal, de perforaties en de zonlichtprojecties zijn terug te zien in het ontwerp. Vanuit de autonome kunst is een toegepaste vorm ontstaan. Met de bouw wil het stichtingsbestuur naar een museale situatie toewerken en de aandacht van publiek verder uitbreiden. Het is van belang om nu de positie van het kunstproject te bestendigen en de collectie te ontsluiten voor publiek. Dit museum is een waardevolle aanvulling op het tot nu toe kleine aanbod aan kunstmusea in de kop van Noord-Holland, en is tevens een belangrijke publieke voorziening die de culturele infrastructuur in ‘de kop’ versterkt.

 

Bezoekadres:

De Nollen
Burgemeester Ritmeesterweg 10
1780 HB Den Helder

(nabij NS-halte Station Den Helder Zuid)

Contactgegevens

T 0223-660 200
E info@projectdenollen.nl

Toegankelijkheid & Huisregels

Over het hele terrein geldt wegens brandgevaar een rookverbod, met uitzondering van de ‘rookzone’ bij de ontvangstruimte.

Er rust auteursrecht op de kunstwerken. Fotograferen mag alleen t.b.v. eigen gebruik en mag niet in de binnenruimtes en niet met statief of flitslicht.

I.v.m. de bijzondere plantengroei vragen wij u op de gemaaide paden te lopen.

Het verblijf op het Nollenterrein is op eigen risico.

Lees onderstaande aangepaste huisregels mbt COVID-19.

Vrijwilligers

Op de Nollen zijn vrijwilligers van onschatbare waarde voor het museum. Vrijwilligers zijn op allerlei plekken op de Nollen actief, van gastvrouw, ondersteuning bij het onderhouden van het landschap tot het gidsen van de bezoekers.

Heb jij interesse om deel uit te maken van een hecht team op een prachtige locatie als de Nollen? Wij zijn regelmatig op zoek naar gemotiveerde gidsen en hosts voor het museum. 

Vrienden van de Nollen

De ‘Vrienden van De Nollen’ (€ 50,– per jaar) vormen een zeer divers gezelschap, van kleine kunstverzamelaars tot architecten en natuurliefhebbers. Stichting De Nollen heeft met het geld de mogelijkheid een aantal lopende kosten te betalen, maar vooral om elk jaar een klein projectonderdeel te realiseren of te voltooien. Alle vrienden worden elk jaar uitgenodigd op de ‘Nollendag’. Ook wordt er minimaal 2 keer per jaar een nieuwsbrief verstuurd.
Hieronder kunt u uzelf aanmelden om Vriend van de Nollen te worden. U krijgt dan een formulier opgestuurd. Uiteraard is het ook mogelijk een donatie te doen die ten goede komt aan het project. Dit kan via bank nummer NL74RABO0161849237 tnv Stichting de Nollen.